GGZ Friesland Logo

Zoekformulier

Zoeken

Hoofdnavigatie

Hoofdnavigatie:


Kruimelpad

Op hierarchische volgorde, het laatste element is de huidige pagina


Tips betrokkenen autisme

Er zijn geen twee mensen met autisme gelijk. Maar allemaal beleven ze de wereld anders dan u. Misschien gedragen ze zich hierdoor op een manier die u niet gewend bent. Dat kan misverstanden opleveren en voor onzekerheid zorgen bij de persoon met autisme én bij u. 
 

Tips:

  • Bedenk dat mensen met autisme de sociale regels vaak niet begrijpen.
  • Word niet boos als een kind met autisme u niet vriendelijk begroet met een lach of een hand. Of vraag zelf om een kopje koffie als u dat niet krijgt wanneer u op visite komt.
  • Bedenk dat iemand met autisme niet onbeleefd wil zijn als hij of zij u niet aankijkt.
  • Verwacht geen reacties op uw emoties. Verwacht bijvoorbeeld bij verdriet geen arm om uw schouder. Of bij goed nieuws veel blijdschap.
  • Verwacht geen reactie op uw non-verbale communicatie zoals een boze gezichts­uitdrukking of gebaren. Als u wilt dat iemand reageert op wat u zegt, vraag er dan specifiek om (‘luister naar wat ik vertel'). Benoem altijd letterlijk wat u wilt of voelt.
  • Leg altijd uit wat u wilt gaan doen. En vraag daarna of hij u goed heeft begrepen voordat u iets doet.
  • Schreeuw niet of praat niet met een harde stem. Mensen met autisme kunnen hier heftiger van schrikken dan anderen.
  • Raak iemand met autisme niet aan als dat niet nodig is. De meesten worden niet graag aangeraakt.
  • Bedenk dat veel mensen met autisme zich niet express ‘anders' gedragen. Hij of zij kan er ook niets aan doen.
  • Stel eenvoudige vragen. Bijvoorbeeld: Een moeder moet haar zoon en een klasgenoot met autisme naar voetbaltraining brengen. Ze zegt niet: ‘Ga je mee?' Maar ze zegt: ‘Je moet naar voetbaltraining. Ik breng je vandaag met de auto naar de club. We vertrekken over vijf minuten, dus trek je jas aan. Je vriendje Jasper gaat mee'.
  • Gebruik geen taal met een dubbele betekenis. Het woord ‘vliegangst' kan hij of zij opvatten als ‘bang zijn voor een vlieg'.
  • Geef hem extra tijd om uw informatie op te nemen.
  • Vraag altijd of hij u begrepen heeft.
  • Gebruik zoveel mogelijk schema's, agenda's, bewegwijzering en geschreven instructies om iets duidelijk te maken.
  • Vertel of vraag één ding tegelijk.
  • Vermijd sarcasme. Een opmerking als ‘prachtig' als iets juist lelijk is, is voor hem onduidelijk.
  • Vermijd onoverzichtelijke en onvoorspelbare situaties. Bijvoorbeeld:
  • Lange rijen wachtende mensen, zoals bij een kassa.
  • Veel mensen bij elkaar, zoals op een markt of braderie.
  • Lawaaiige omgeving, zoals een zwembad, pretpark of festival. 

 

Bron: http://www.psychischegezondheid.nl/psychowijzer