GGZ Friesland Logo

Zoekformulier

Zoeken

Hoofdnavigatie

Hoofdnavigatie:


Kruimelpad

Op hierarchische volgorde, het laatste element is de huidige pagina


Masterclass sprekers

Ingrid Wilems: Verslaving en psychiatrie: een gedwongen huwelijk?

Bij mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen is verslaving vaak 1 van aandoeningen die zij hebben. En mensen met een langdurige ernstige verslaving hebben veelal ander psychiatrische aandoeningen. Zijn deze stoornissen nu onlosmakelijk verbonden en vragen EPA en verslavings-EPA een verschillende behandeling. In een overzicht  gebaseerd op literatuur, data en eigen ervaring zullen deze vragen beantwoord worden en andere weer opgeworpen worden.

Rene Keet: Van multidisciplinair naar multisectoraal

Een belangrijk uitgangspunt voor de ACT- en FACT-praktijk is dat patiënten recht hebben op een herstelgerichte behandeling die hen werkelijk iets goeds oplevert. Een F-ACT-team wordt daarom bij voorkeur opgetuigd met interventies waarvoor voldoende wetenschappelijk bewijs bestaat.  In de praktijk moeten wetenschappelijke inzichten altijd worden aangevuld en gecombineerd met de ervaringskennis van patiënten en de professionele kennis van hulpverleners over wat goede zorgverlening is.

De meeste bestaande richtlijnen  in de psychiatrie beschrijven de optimale behandeling van een bepaalde diagnose, of groep van diagnoses. FACT is echter voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA), een diagnose-overstijgend concept. Op dit moment is er nog geen Nederlandse richtlijn EPA. De behandelaar in een FACT team zal dus naar verschillende richtlijnen moeten kijken en deze integreren in zijn handelen. Vanwege het brede diagnostische palet is er vrijwel geen behandelrichtlijn die niet van toepassing is.

Het accent ligt in de praktijk op de multidisciplinaire richtlijn schizofrenie (MDRS), die op dit moment de beste en meest uitgebreide richtlijn is op het gebied van EPA. De multidisciplinaire richtlijn schizofrenie sluit aan  op die van NICE, een onafhankelijke Engelse organisatie die richtlijnen voor de gehele gezondheidszorg ontwikkelt.

De behandeling van EPA onderscheidt zich van andere aandoeningen in het accent op  het dagelijks leven, het maatschappelijke functioneren én de rol die netwerkpartners daarbij spelen. Behalve in de MDRS komen deze aspecten echter vrijwel niet aan bod. Een uitzondering hierop is de in 2013 verschenen multidisciplinaire richtlijn werk en ernstige psychiatrische aandoeningen, die niet alleen multidisciplinair is, maar ook multisectoraal. Internationaal zijn er inmiddels twee richtlijnen voor EPA verschenen, in Spanje en Duitsland.

Op grond van bovenstaande overwegingen zijn er vier richtlijnen die het specifieke domein van de behandeling van EPA goed ondersteunen: de multidisciplinaire richtlijn schizofrenie, de richtlijn werk en EPA, de Duitse richtlijn EPA en de Spaanse richtlijn EPA. In mijn presentatie  vat ik  samen wat deze richtlijnen melden op het gebied van farmacotherapie, psychotherapie, wonen, dagbesteding, werk, leren, sociale contacten en bestrijden van stigma. Tevens bespreek ik een aantal nieuwe ontwikkelingen die naar mijn mening een plaats verdienen in een toekomstige richtlijn EPA.

Jaap van der Stel: Focus op zelfregulatie en het belang van functioneel herstel

De psychische gezondheidszorg richt zich bij voorkeur op klinisch, functioneel, maatschappelijk én persoonlijk herstel. In mijn inleiding verduidelijk ik het belang van dit onderscheid en licht ik toe dat deze begrippen ook relevant zijn voor de somatische gezondheidszorg. Maar er is een belangrijk verschil en dat behoeft discussie.

In de somatische zorg wordt het klinisch en het functionele herstel beide vanuit een medische optiek benaderd: de revalidatiegeneeskunde is gericht op functioneel herstel maar doet dat vanuit  een medisch kader. In de psychische zorg is er een impliciete functiescheiding tussen psychiaters die zich vooral richten op symptomen en het klinische herstel, en de (neuro)psychologen die zich meer richten op psychische functies en disfuncties en het mogelijk functionele herstel daaromtrent. Door het ontbreken van een gezamenlijke filosofie (psychologen en psychiaters werken vanuit aparte opleidingen, zijn apart georganiseerd en hebben eigen denkkaders) is het de vraag (1) of de samenhang tussen klinisch en functioneel herstel voldoende is, (2) of er niet teveel een accent ligt op klinisch herstel en daarmee (3) of de kansen op het bevorderen van functioneel herstel voldoende worden benut.

<< Terug naar vorige pagina