GGZ Friesland Logo

Zoekformulier

Zoeken

Hoofdnavigatie

Hoofdnavigatie:


Kruimelpad

Op hierarchische volgorde, het laatste element is de huidige pagina


Ervaringsgedichten schizofrenie

Gedichtenbundel ' Het gaat ook wel ', geschreven door Brigit Beekhuis, voormalig patiënt van GGZ Friesland. De gedichten geven weer hoe zij uit haar psychotische toestand hersteld is.

De dubbele diagnosekliniek
Er waren eens een molenmannetje en een molenvrouwtje. Zij konden allebei heel goed malen en bovendien gisten. Om het gisten aan de praat te houden dronken zij heel veel pilsjes. Zij praatten niet veel, maar onder de pils zaten zij zwijgend naast elkaar te gisten en te malen en genoten van elkaar's gezelschap. Nu werd het molenmannetje verontrust door zijn familie. Hij werd opgestookt tegen zijn vrouw en was daar tegen niet bestand. En als er dan een oneffenheid in het pils drinken voorviel, begon hij daarmee tegen de muren te smijten. Het molenvrouwtje ruimde de rommel op en zei; ga alsjeblieft weg. Na lang aarzelen ging de molenman weg. Het heeft niet lang mogen duren. Na een jaar stokte het malen en gisten bij de molenman, terwijl de vrouw maar doordronk. De man liet zich opnemen in een dubbele diagnosekliniek. Het was te laat. Na 7 weken opname kwam vader Dood hem halen. De laatste nacht van zijn leven maalde en gistte hij zijn gehele leven tot een goed einde, maar hij was niet meer in staat het zijn molenvrouwtje uit te leggen. Het enige wat hij op het laatst nog uit kon brengen was; Het komt wel goed, vrouw. De molenvrouw begreep het niet, haar hersens konden de boodschap niet bevatten en het gevolg was dat het gisten uit haar hersens wegtrok en in haar benen ging zitten. En die benen konden al dat gegist niet verdragen. En haar hersens gaven het malen op zeker moment ook op. Afijn, om een lang verhaal kort te houden; na jaren leven met andere mensen kan de molenvrouw weer malen en gisten zoals voorheen, alleen zijn de zenuwen in haar onderbenen er aan gegaan door al het gisten. Wat de molenman op zijn sterfbed al voorspeld had;
Eind goed, al goed.

De Ongekende wereld
Aan de andere kant
Van de einder
Van de afgrond
Is het gras altijd groener
Werelden gaan in elkaar over
In een mensenverstand
De ongekende wereld daar kan een mens niet naar reiken
Maar alles is te bereiken
Met God

Reserve
Waar put je het uit?
Uit het onbekende
Waar zit dat onbekende?
Ergens heel diep van binnen
Wat is dat onbekende?
Is het God?
God zit niet in de lucht
God zit in de mensen
God zit binnen in
Het onbekende waar je eindeloos uit kunt putten.
Laten we God danken...
Overal!

De vrije ruimte
Mijn gedachten zijn het huis waarin ik leef
Er woont veel verlorenheid, vergankelijkheid, verdriet
Ja, nobele, noeste plannen genoeg
Ruimte wil ik creëren, bewegingsvrijheid voor voelen en ademhalen
Er zijn in je gedachten, zonder bombardement van; dit moet ik doen om.....
Ruimte om nutteloos te denken en te zijn
Waar het nutteloze mag ontluiken en opbloeien
Om je aan te koesteren
Om de ruimte te vullen en te overwoekeren als een bloemenpracht
Vrije, ruimtelijke ruimte, waar de lieflijke vrijheid woont en bloeit, als een lentekracht

Er weet van hebben
Weet jij het; schizofreen te zijn
Ken jij de onmacht en de pijn
Van paranoïa en symptoom
Van positief tot negatief
Ideeën als een boze droom
Verlamming als een hartendief
Die je hart bespeelt en deelt
Je ziel in stukjes honderdvoud
En die je ziel gevangen houdt
Heb jij er weet van?
Wij wel!
Heb jij er beet aan?
Wij niet!

Vreemdeling
Vreemdeling in den vreemde
Jij bent geen vermeend
Maar werkelijk slachtoffer van een regiem
Ik ben het slachtoffer van een eigen ziektekiem
En voel me daardoor vaak gevangene
Wie van ons beiden is de bangere?
Ik kijk je in de ogen
Vol mededogen
In mijn verbeelding
Daarom, lieve vreemdeling
Houd moed en houd stand
Ik voel me verwant
In mijn vrije vaderland.

Ochtend vrede
Het verleden steekt tegen het bewustzijn
Het port door de balans van de gedachten
Vroegere individuën, de gedrochten zijn in een waas gehuld
Ze dringen niet door in het heden
Want er ligt een mooie dag in het verschiet
Een dag van samenzijn met een beminde
Het lichaam moet rustig de gang naar de andere stad maken
Voor een ontmoeting en een wisselwerking
Niet in mijn eentje te tobben
Maar meegenomen worden in het heden
Verleden, verstoor mijn geestelijke evenwicht niet
Ochtend vrede, blijf bij me,
God, wees met me.

Vrijheid kom
Vrijheid, waai mijn tuintje binnen
Het stormt er zo van herinneringen
Waai de wervels buiten waards
Bevrucht de planten, die ik heb vergaard
Mijn tuin is omheind met handicaps
Niet huizenhoog, maar toch wel deksels
Ik ga niet snoeien, de planten bloeien
Vrijheid, jíj moet ze bevruchten
En jíj moet klaren kleffe luchten
Die zo in mijn tuintje hangen
En die de bloemen bevangen

Hoog vertrek
De Here is mijn hoog vertrek
Schreef Etty Hillesum in de trein
Het kan niet anders dan zo zijn
Dat God mij helemaal omvat
Dat alles wat ik zie, ontmoet
Door God alvast is samengevat
In keuzes maken ben ik vrij
en wat ik kies, maakt ziek of blij
Het hoog vertrek op deze aarde
Is Leven, dat ik steeds bewaarde
Al was ik nog zo knettergek
Het hoog vertrek om te aanvaarden
God in alles toe te laten
Met wie of wat ik ook mag praten

Wat is waarheid?
De waarheid is rood
Als purperen bloed
De waarheid is zwart
Als kolen in gloed
De waarheid is mies
Als stinkende drab
Maar ook staat de waarheid
Voor nieuw waar zijn open
En kun je op andere
Waarheden hopen
Die oude herinneringen
Kunnen vervangen
Met nieuw beleven
Om naar te verlangen.

Wat te zeggen van de genade?
Genade valt je niet ten deel
Als je jong bent, mooi en heel
Pas als je door het slijk bent gegaan
En als een lijk voor God komt te staan
Dan kan je kiezen; ja of nee
En dan vaak nog zit de wind niet mee
Geen groei zonder snoei
Geen leven om het even
Genade wordt je niet toegeworpen
Genade ontvangen is een andere orde
Genade kan je niet zelf bedenken
Het is aan GOD om genade te schenken

Vuilnisbelt
Korsakov?
Och...
Vergeten doe je door te praten
Aan de ander overlaten
Wat die voor jou nou kan betekenen
Waarop je in 't verschiet kunt rekenen
Wat je werkelijk kunt dumpen
Als een vergeten vuilnisbelt
Dat hoeft niet alles uitgespeld.
Om werkelijk die stap te zetten
Die God noch gebod je kan beletten
Om in de werkelijkheid te vergeten
Hoef je enkel door te leven
In gemeenschap met de ander,
Want wie hôdt toch van mekander?

De gekte voorbij
Blindelings springend uit onbewuste toestand naar een toekomst
Door een zee van wanhoop en van eenzaamheid
Liggend op de bank, het bootje in de oceaan van leegte
Alleen en onbegrepen, domweg ervoor gaan
Naar een onbekende wereld van een leven
Wat je tegen heug en meug toch aan wilt gaan.

Nu levend in een wereld van bekenden
Ja, zelfs beminden, wat je nog nooit kende
Met dingen die je dagen zin geven
En doel geven, na doelloos zwerven door de wanhoop
Voorbij de gekte, occultisme, leegte
Een zinvol leven, warmte, waardigheid
Beter beslagen ten ijs gekomen na een knots verleden
Blij dat je het toch nooit hebt opgegeven

Vertrouwen
Als je je laat dopen
Begin je met te hopen
Begin je te vertrouwen
Dat er valt te bouwen
Vertrouwen in de liefde
Vertrouwen in de Heer
Je bidt om ommekeer
Van wat je niet beliefde
Weg van de verbittering
En het wanhopig zijn
Je bidt om ware kentering
Opdat een waar vertrouwen
Jouw basis wordt van zijn
Iets om diep te koesteren
Dat niets of niemand kan verwoesten
Doop, vertrouwen, een basisgevoel
Zonder desastreus gewoel

Niet langer slachtoffer
Maar een vreugdeoffer!

Vrede
Ik heb er wel vrede mee
Te lezen over het wel en wee
Van mensen in de bijbel
Die leven nemen en geven
En net zo veel beleven
Als ik in mijn zoveelste leven.
Het leven is niet ijdel.
Ik heb wel vrede met de omstandigheden
En zet een punt achter al het geledene
En werk gestaag aan al het veranderlijke
En vraag  om God in mijn gebeden
Dat ik er mag zijn in het hier en nu
Met alles er op en eraan bij U.

Het seizoen
De herfst komt er aan
De varens vergaan
De bomen verkleuren
Een sterfelijk gebeuren
Ik rijd er door heen
En voel me gemeen
Ervaar het vergankelijke
Zonder te wankelen.

Kerstmis in aantocht
Ying, yang
Klopt! Pang!
Weet al van deze tijding?
Er daagt wérkelijk bevrijding
Immanuël komt op de aarde
Nu mijn wereld werkelijk opklaart
Met mensen die melaats van schuld zijn
Heeft God engelengeduld, FIJN!

Gewoon zijn
Ik daal alweer af van mijn metalen toren
En zie het leven aan naar behoren
Gewoon, gewend aan alledag
Niet hoogdravend, maar op gezag
Van de alledaagse werkelijkheid
Met tussen mij en jou geen onderscheid

Het gaat ook wel
Het is niet allemaal hemelverscheurend
Het is niet allemaal aardbevingachtig
Het is als het meer, dat klotst tegen riet
Met krijsende meeuwen in't verschiet
En oevers waarop je niemand ziet
Ik ga nog niet dood aan het grote verdriet
Ik leef wel door en word wel tachtig
En zal mijn dagen wel niet meer verbeuren.

Gelukt!
Ik ben niet alleen aan wal van de bewoonde wereld geklommen,
Ik ben ook uit de diepte van het dal geklommen.
Ik lig niet alleen als een vis op het droge
En schud mijn schubben uit,
Maar hap ook niet meer naar adem.
Ik sta op
Een frisse wind waait me tegemoet
Een bescheiden bleek zonnetje knipoogt naar me
Kom maar op, nieuw leven
Ik ga je pakken!