GGZ Friesland Logo

Zoekformulier

Zoeken

Hoofdnavigatie

Hoofdnavigatie:


Kruimelpad

Op hierarchische volgorde, het laatste element is de huidige pagina


Dwangstoornis

Een dwangstoornis wordt ook wel een obsessief-compulsieve stoornis genoemd. Obsessies zijn steeds terugkerende, hardnekkige gedachten of (denk)beelden die als akelig en storend worden ervaren. Deze obsessieve gedachten gaan vaak over agressie, seksuele onderwerpen, godslastering, het benadelen en schaden van anderen of zelf schade oplopen.

U kunt proberen deze gedachten te negeren of te onderdrukken, maar vaak stoppen ze pas wanneer bepaalde (dwang)handelingen, compulsies, worden uitgevoerd. Voorbeelden van dwanghandelingen zijn: steeds langdurig en meerdere malen handen wassen en voortdurend opnieuw controleren of het gas wel uit is of dat de deur wel op slot zit. Ook vraagt u vaak geruststelling aan uw partner, kind en dergelijke. Of u moet voor uzelf een aantal keer aan bepaalde geruststellende gedachtes denken of u moet een bepaald iets in gedachten steeds tellen. U voert de dwanghandeling dan in gedachten uit.

Zowel spontaan optredende onaangename gedachten als dwangmatig gedrag komen bij iedereen wel voor. De meeste mensen besteden hier echter weinig aandacht aan weten het dwangmatige gedrag te beperken (bijvoorbeeld controleren of de deur wel op slot is). Vaak is de overgang van ‘normale' dwangmatige eigenschappen naar ‘ziekelijke' dwangmatige eigenschappen geleidelijk.

Hoe ontstaat een dwangstoornis?

Van alle Nederlanders krijgt 1% ergens in het leven een dwangstoornis. Smetvrees is een van de meest voorkomende dwangstoornissen (dwangmatig schoonmaken). Vaak openbaart deze stoornis zich in de vroege volwassenheid, tussen de twintig en dertig jaar. Wanneer u er niets aan doet, kan de aandoening chronisch zijn. Dat betekent dat u er tientallen jaren last van kunt hebben.

Het is onmogelijk om één oorzaak aan te wijzen voor een dwangstoornis. In de ene familie komt het meer voor dan in de andere. Dit komt doordat erfelijke factoren een rol kunnen spelen, maar er is vaak ook sprake van aangeleerd gedrag. Als u bijvoorbeeld bent opgegroeid met smetvrees, krijgt u als kind al mee dat ‘viezigheid' verschrikkelijk is en dat u overdreven hygiënisch moet zijn.

Belangrijke gebeurtenissen of bij langdurig bestaande belastende omstandigheden, verergeren de klachten vaak, omdat u door middel van het dwangmatige gedrag als het ware extra controle over het leven probeert te krijgen.

Wat betekent dit voor u?

Een dwangstoornis werpt een schaduw op uw leven. Meegaan in de dagelijkse bezigheden, zoals werk, gaan u minder goed af. U bent constant bezig bent met uw zorgelijke gedachten.

Ook voor uw omgeving, uw familie, partner en vrienden, is het niet gemakkelijk. U probeert hen namelijk te overtuigen om mee te gaan in uw gedachten. Dit zorgt voor spanningen in sociale contacten en het teruglopen hiervan.

Vaak leidt een dwangstoornis tot depressieve klachten. Ook vermijdt u veelal dagelijkse situaties, zoals autorijden of u durft niet als laatste het huis te verlaten, omdat u bang bent dat de deur van het huis dan niet goed is afgesloten.

Het vermijden van deze situaties en het teruglopen van sociale contacten zullen zorgen voor een beperkter leven, waarbij u steeds afhankelijker wordt.